Niks geks aan psychiatrie

‘Mijn vader was psychiater en ik verslond vroeger al zijn boeken. Psychiatrische aandoeningen zijn intrigerend. Juist in deze patiëntengroep kom je een diversiteit aan bijzondere mensen tegen. Voor mij reden om voor een baan in de psychiatrie te kiezen.’ Na twintig jaar intensief optrekken met patiënten kreeg Thijs (50) uit Herbayum een flinke burn-out. ‘Maar dat had vooral te maken met privéomstandigheden en met de aard van de organisatie waar ik werkte.’

Thijs uit Herbayum

Thijs uit Herbayum

Hij is het type ruwe bolster blanke pit. Ongeschoren schuift hij aan, zijn stem verheffend als hij zich kritisch uitlaat over misstanden in de maatschappij. ‘Als ik me ergens druk over maak, trek ik mijn mond open’, verklaart hij. ‘Dat wordt niet altijd gewaardeerd, zeker niet binnen gevestigde organisaties. En in Friesland al helemaal niet. Ik kom oorspronkelijk uit Brabant, maar ik woonde en werkte jarenlang in Leiden. Acht jaar geleden kwam ik naar Friesland, omdat dit de enige plek is waar je nog betaalbaar in de ruimte kunt wonen. Ik vond een baan in de forensische psychiatrie. Geen goede plek voor mij, zeg ik achteraf. Ik wil solidair zijn met patiënten en dat gaat niet als ze delicten plegen.’

Wat is gek?
Voor Thijs gaat psychiatrie om het durven luisteren naar mensen. Echt luisteren. ‘Dat kan alleen door je eigen overtuigingen en zekerheden opzij te zetten. Pas dan lukt het om open te staan voor anderen. Een pittige uitdaging, maar wel één die het werk voor mij waarde geeft. Bovendien heb ik veel bijzondere mensen ontmoet. Want wat is gek? In de psychiatrie komen vaak hele gevoelige en intelligente mensen terecht die het helaas niet lukt om zich te conformeren aan onze maatschappij. Die in de war raken van de rare en akelige dingen die in onze wereld gebeuren. Is dat gek? Buiten de psychiatrie lopen heel wat meer gestoorden rond. Alleen dat zijn de slimmerds die de macht zoeken in de zakenwereld of politiek.’

‘Vroeger was ik echt een vakidioot. Bij iedereen zag ik trekjes van psychiatrische aandoeningen. Naar de patiënten waarmee ik werkte, luisterde ik vooral. Terwijl ik in mijn eigen omgeving in de therapeutenrol schoot. Ik zag mensen niet meer als individu, maar als een samenspel van factoren waarvan enkele onderdelen behandelbaar waren. Zo kun je geen vriendschappen onderhouden. Of afronden, als dat nodig is. Zo had ik een alcoholist in mijn omgeving die gedrag vertoonde dat de spuigaten uitliep. Uit solidariteit hield ik vanuit mijn therapeutenrol het contact aan, terwijl ik als vriend allang een punt had moeten zetten. Door mijn burn-out heb ik geleerd om het anders te doen. Om ook aan mezelf te denken en niet altijd bezig te zijn met psychiatrie.’

Te weinig respect
Over de organisatie waar hij werkte, maakt hij zich nog steeds kwaad. ‘Daar gebeurden dingen die echt niet door de beugel konden. In de psychiatrie is enige afstand bewaren nodig om je werk te kunnen doen. Ook is er geld nodig en dat vraagt om efficiënte bedrijfsvoering. Dat begrijp ik allemaal. Alleen klopt het niet als je daardoor vergeet voor wie je het ook alweer doet: de patiënten. Mijn vak kent gelukkig veel mensen die oprecht betrokken hun werk doen, maar helaas ook veel mensen die er eigenlijk niet thuis horen. En daar zit ik dan bovenop, als kritisch collega en burger. Het was de toon die vaak niet klopte in de organisatie. Te weinig respect en niet zorgvuldig genoeg. Ik kan me er nog enorm over opwinden.’

Hoe het precies zit, daar laat Thijs zich niet over uit, maar duidelijk is dat een samenspel van factoren er voor zorgde dat hij burn-out raakte en zijn werk verloor. Het raakt hem nog steeds. ‘Toch zou ik weer voor de psychiatrie kiezen als ik mijn leven over mocht doen. Want het werk op zich is prachtig, daarom sta ik er nog steeds voor open. Ik zit nu nog in de WW en grijp alles aan wat voorbij komt. Op de markt staan, bessen plukken, werken met Korsakov patiënten… als ik maar bezig ben. Ik heb tijd nodig gehad om er zelf bovenop te komen, maar een mens hoort te werken. Alleen moet het niet doorschieten. Doordat ik meer vrede heb met mijn eigen visie op de gang van zaken, ben ik beter in balans. En balans is hard nodig om rechtop te blijven staan in deze maatschappij.’

Website by: de prins ©2010