Besmet met het restauratievirus

‘Mijn opa had het vroeger zakelijk gezien goed voor elkaar. Toch raakte de man alles kwijt. Dat kan mij ook overkomen.’ Gelukkig heeft Klaas Reitsma (60) uit Terherne nog steeds zijn eigen bouwbedrijf, al heeft hij gaandeweg veel verloren. ‘Er waren jaren dat ik dacht dat we financieel gezien nooit meer stuk konden, maar je hebt niet alles zelf in de hand. De dood van mijn compagnon, brand, ziekteverzuim en de huidige recessie hebben de reserves flink doen kelderen.’

Klaas Reitsma

Klaas Reitsma

Soms vraagt Klaas zich af of het hem net zo zal vergaan als zijn opa. Toch is zijn schip niet gestrand. ‘We houden het hoofd boven water. Geld is niet alles, dat besef ik steeds meer. Laatst las ik het boek van Nina Brink. Snoeihard is die vrouw. Zij zegt dat geld voor haar niet belangrijk is, maar alles draait erom in haar leven. In onze maatschappij lijkt het net zo. Als bouwbedrijf worden we aan alle kanten uitgeknepen. Zelfs de mensen met poen willen de beste kwaliteit voor een dubbeltje. Soms denk ik: smoor erin, maar ik heb personeel, dus uiteindelijk pak je het werk wel aan, ook al is het soms tegen bodemprijzen.’

Klaas koestert oprechte liefde voor zijn vak. ‘Ik werd besmet door het restauratievirus toen ik na mijn opleiding een paar jaar bij Yde Schakel werkte, destijds de bekendste restaurateur in Friesland. Later zat ik een poosje in de nieuwbouw. Vreselijk. Daar komt geen vakmanschap meer aan te pas. In 1975 ben ik mijn eigen bouw- en restauratiebedrijf begonnen. Het opknappen van authentieke panden is het mooiste dat er is. Huizen, boerderijen, kerken, we kunnen alles. Mijn eigen huis is nieuw herbouwd, maar dat ziet niemand er aan af omdat het met authentieke bouwmaterialen volledig in de oude stijl is opgetrokken. Prachtig om dat met je eigen handen te kunnen doen.’

Kameleondorp
Eén van zijn meest bijzondere klussen was de bouw van het Kameleondorp in Terherne. ‘Daar ben ik toch wel een beetje trots op. Mijn opa was in zijn tijd betrokken bij de bouw van het Openluchtmuseum in Arnhem. Dus we hebben beide aan een heel speciaal project bijgedragen. Ja, het ondernemerschap zit wel in de familie. Mijn opa zat overigens pas later in de bouw. Eerst verhuurde hij veertig huizen die hij had geërfd. Het leek alsof hij het in de schoot kreeg geworpen, alleen in die tijd konden mensen amper hun huur betalen. En het onderhoud ging gewoon door. Mijn opa kon het niet over zijn hart verkrijgen om huurders eruit te zetten. Dat ging uiteindelijk ten koste van zijn eigen business.’

‘Spijtig, maar misschien beter dan over de rug van anderen alleen aan je eigen gewin te denken’, vindt Klaas. ‘Natuurlijk hoor je als ondernemer zakelijk te zijn. Alleen niet ten koste van alles. Ik stoor me enorm aan de grote bouwbedrijven en leveranciers die hun kont er altijd uit weten te draaien als er problemen zijn. Of aan verzekeringsagenten die jouw geld opstrijken en je laten zitten als je die verzekering hard nodig hebt. Als kleine jongen zit je klem tussen de groten die bepalen. Gelukkig zijn er nog mensen die kwaliteit wel op waarde schatten en ook bereid zijn daar een eerlijke prijs voor te betalen. Alleen is die groep verrekte klein.’

Tijd en geld
Het werken met krappe budgetten vindt Klaas het lastigste van de recessie. ‘Natuurlijk, het is een uitdaging om er dan toch iets van te maken. Het maakt creatief, maar er is wel een grens. Je moet noodgedwongen keuzes maken die ten koste gaan van de kwaliteit, bijvoorbeeld omdat je met goedkoper materiaal moet werken. Of je huurt een mannetje in dat weinig kost en neemt de gok dat het goed uitpakt. Achteraf gezien heb ik wel eens verkeerde keuzes gemaakt. Dat hoort bij het ondernemerschap, maar toch… Wat dat betreft is het een droom om ooit met onbeperkt budget het mooiste pand van Friesland te bouwen. Niet zozeer vanwege de faam, gewoon om het te kunnen doen. Tijd en geld zijn schaars in de bouw, maar essentieel voor vakmanschap. Dus ik zou graag de kans krijgen om echt te laten zien wat ik kan.’

Draait het leven van Klaas vooral om werk? ‘Een ondernemer ben je de hele week. Toch ben ik ook een vrijbuiter die van het leven wil genieten. Lekker de natuur in of motorrijden. Voordat ik een gezin had, werkte ik keihard in het voor- en zomerseizoen, zodat ik de winter kon doorbrengen in mijn huisje in Spanje. Of ik ging met een maat dag en nacht werken, zodat we na de klus een week konden zeilen. Met vrouw en kinderen kreeg mijn leven meer regelmaat. Nu zijn mijn zoon en dochter boven de twintig en zit ik zelf op een leeftijd dat ik ga nadenken over minderen met werk. Ik zou straks wel weer vaker op reis willen, terug naar Spanje. En schrijven. Dat doet mijn vader ook. Maar ik heb nog geen zitvlees. Dat komt later wel, als het lijf moe wordt.’

Website by: de prins ©2010